Mg-opname hangt af van K-gehalte in de bodem

Uit bemestingsproeven met zaaiui blijkt dat het Mg-gehalte van het loof lager is bij een hogere K-gift. BijmestMonitor geeft inzicht in de plantbeschikbare nutriënten en de opname door het gewas. Zo is de bemesting tijdens het seizoen te optimaliseren.

Magnesium (Mg) is belangrijk in elke teelt omdat het één van de bouwstenen is van bladgroen. Bovendien is Mg betrokken bij de ademhaling van het gewas en bij de opbouw van eiwitten. Mg kan eenvoudig worden toegediend via een bemesting. Het is daarbij zaak om rekening te houden met zowel de levering vanuit de bodem als met de behoefte van het gewas.

Mg is op twee manieren aanwezig in de bodem:

  • Gebonden aan kleiplaatjes en aan de organische stof, het CEC. Dit is de bodemvoorraad.
  • Opgelost in het bodemvocht. Dit is de plantbeschikbare voorraad en deze Mg is gemakkelijker op te nemen door de plant.

Op basis van de bodemvoorraad en de plantbeschikbare voorraad, in combinatie met de pH en textuur, is de levering van Mg uit de bodem voor een teelt vast te stellen.  De Mg-gift kan vervolgens worden gesplitst in een basisbemesting voor de teelt en een bijbemesting tijdens de teelt. De basisbemesting kan dan bijvoorbeeld 60% van de totale gift zijn. Gedurende de teelt kan vervolgens de resterende 40% worden gegeven. Hoeveel er gedurende de teelt nog exact moet worden gegeven is na te bepalen met BijmestMonitor.

Proeven met zaaiui

In 2017 en in 2018 zijn in twee proeven met BijmestMonitor in zaaiui uitgevoerd. Het effect van K-bemesting op Mg-opname werd in 2017 onderzocht en dat van N-bemesting in 2018. Het Mg-gehalte is daarbij bepaald in zowel het loof als in de grond tijdens de teelt.

  •  In 2017 werd 0, 100, 200 en 400 kg K per ha bemest. De Mg-gift is in deze proef gelijk gehouden voor de vier K-behandelingen met 37 kg Mg per ha en ook de N-gift is gelijk gehouden met 165 kg N per ha.
  • In 2018 werd 130 en 180 kg N per ha bemest. De K-gift was 92 kg per ha voor beide N-trappen en er is geen Mg bemest op dit perceel.

Uit dit onderzoek blijkt dat de Mg-opname door het gewas afhangt van K in de bodem. Als er veel K wordt gegeven, zit er veel K aan het CEC en is Mg in de bodem slecht beschikbaar. De Mg-opname is daardoor laag. Bij weinig K gaat de Mg-beschikbaarheid juist omhoog en neemt het gewas meer op. Een bemesting met N blijkt de beschikbaarheid van Mg niet te beïnvloeden.

Conclusie

Een overschot van het ene element kan de opname van een ander element belemmeren. Een onjuiste keuze voor een bemesting kan dit in de hand werken. Met BijmestMonitor kunt u dit voorkomen.